Versnellen – Wat verstaan we onder… talentontwikkelingsparadigma?

Bij het talentontwikkelingsparadigma wordt uitgegaan van een aangeboren potentieel, waarbij (hoog)begaafdheid of talent zich op verschillende domeinen kan manifesteren, zoals bijvoorbeeld in het academisch domein maar ook op het gebied van sport of muziek. Naast deze domeinspecifieke aanleg is er een rol voor diverse interne en externe invloeden op het ontwikkelingsproces, die ervoor zorgen dat de begaafdheid of het talent al dan niet tot optimale ontwikkeling komt. Dat betekent dat er moet worden ingezet op langdurige ondersteuning bij het ontwikkelingsproces.

Versnellen – Wat verstaan we onder… storytelling?

Storytelling is de kunst van het vertellen van verhalen om feiten en informatie te verweven tot een samenhangend geheel. Het doel is om emoties op te wekken, een band te creëren met het publiek of je leerlingen en een boodschap helder en memorabel over te brengen. In het verhaal maak je gebruik van gevoelens zoals hoop of vreugde, deze maken een verhaal menselijk en herkenbaar. Een duidelijke opbouw met een begin, midden en einde houdt de aandacht vast. Je probeert bij storytelling aan te sluiten bij de luisteraar of lezer om de juiste snaar te raken en oprecht te zijn zodat het verhaal geloofwaardig overkomt. Storytelling helpt de betrokkenheid en de onderlinge verbinding te vergroten.

Versnellen – Wat verstaan we onder… PTA’s?

In het vo staat PTA voor Programma van Toetsing en Afsluiting. Dit is een belangrijk en bindend document waarin een school per vak vastlegt welke schoolexamens een leerling maakt in de bovenbouw, hoe zwaar elke toets meetelt en welke stof er geleerd moet worden. In het PTA staat welke onderwerpen en eindtermen per toets worden getoetst; of het om een schriftelijke toets, een mondeling, een praktische opdracht of een verslag gaat; hoeveel procent de toets meetelt voor het eindcijfer van het schoolexamen; de periode of richtdatum waarin de toets wordt afgenomen en wat de regels zijn bij ziekmeldingen, gemiste toetsen of herkansingen. Alleen het schoolbestuur kan toestemming geven om een PTA te wijzigen. Dit kan alleen wanneer er een duidelijke fout is of onverwachte situatie waardoor het PTA niet uitgevoerd kan worden.

Versnellen – Wat verstaan we onder… paradigma van het begaafde kind?

Vanuit het paradigma van het begaafde kind is het uitgangspunt dat hoogbegaafde kinderen over een uniek en kwetsbaar potentieel beschikken. Het IQ speelt hierin een doorslaggevende rol en hoogbegaafde kinderen zijn wezenlijk anders op het gebied van leerbehoeften, sociale en emotionele kenmerken en manier van denken. Hoe verder het IQ afwijkt van het gemiddelde, hoe unieker en anders deze behoeften en kenmerken zijn. Kenmerken die in verband worden gebracht met het paradigma van het begaafde kind zijn de zogenoemde zijnskenmerken en de overexcitabilities. Ook wordt een verschil gemaakt tussen begaafd, hoogbegaafd of hoogintelligent.

Versnellen – Wat verstaan we onder… misconcepties?

Wanneer de kennis van de leerling niet samenhangt met de juiste informatie bestaat de kennis van leerlingen uit ”misconcepties”. Veel misconcepties worden zowel door leerlingen als volwassenen aangehouden. Wanneer uit een pre-assessment blijkt dat leerlingen misconcepties hebben, dan betreft het leren een conceptuele verandering, dat wil zeggen een herziening of wijziging van kennis van de leerling. Voor leraren is dit veel uitdagender dan om conceptuele groei te creëren, omdat misvattingen diepgeworteld zijn in het redeneren en daarom moeilijker zijn om te veranderen. Leerlingen kunnen, zoals iedereen, terughoudend zijn om hun denken te veranderen, omdat ze gewend zijn aan deze manier van denken. Ook weten leerlingen vaak niet dat hun ideeën onjuist zijn en geloven ze dat ze correct zijn.

Versnellen – Wat verstaan we onder… leerstofjaarklassensysteem?

Het leerstofjaarklassensysteem is de onderwijsvorm waarbij leerlingen in een groep zitten op basis van hun leeftijd en elk jaar dezelfde vaste hoeveelheid leerstof doorlopen. Dit traditionele systeem vormt op veel scholen in Nederland de basis. De kinderen van dezelfde leeftijd zitten samen in één klas. Soms zijn er combinatieklassen, maar de leerlingen zitten in een vaste groep met leeftijdsgenoten. Ieder leerjaar staat een afgesproken hoeveelheid lesstof centraal die de klas in een jaar af moet hebben. Methodes in zowel primair als voortgezet onderwijs zijn hier vaak op ingericht. Vaak wordt er binnen de klas gewerkt in verschillende niveaugroepen.

Versnellen – Wat verstaan we onder… herfstkind?

Herfstkinderen zijn kinderen die in oktober, november of december jarig zijn. In het Nederlandse basisonderwijs brengt dit vaak een dilemma met zich mee bij de overgang naar groep 3. Sommige scholen kiezen voor “herfstkinderen gaan door naar groep 3 tenzij”. Andere scholen kiezen voor “herfstkinderen gaan niet door naar groep 3 tenzij”. Als het kind na 1,5 jaar kleuteren doorgaat naar groep 3 noemen we het een ‘vroege leerling’. Dan zijn deze leerlingen op 1 oktober in het eerste jaar van het vo jonger dan 12 jaar en hebben ze minder dan 8 jaar basisonderwijs genoten. Kies je voor een extra jaar kleuteren in groep 2, dan blijven ze formeel niet zitten, maar dan moet het programma in het tweede jaar in groep 2 worden aangepast om de doorgaande leerlijn te bewaken. Goed om te weten dat 1 oktober en 1 januari geen officiële peildata zijn om het besluit omtrent de overgang naar groep 3 te nemen: de ontwikkeling van het kind is leidend en niet de geboortedatum.

Versnellen – Wat verstaan we onder… evidence-based?

Professioneel handelen en beleidskeuzes zijn in eerste instantie altijd gebaseerd op actuele kennis uit de wetenschap: wat weten we al over de werkzaamheid van wat we doen? We willen immers dat bestaande inzichten niet verloren gaan. Kennis uit de wetenschap gaat niet alleen over aangetoonde effecten van een werkwijze. Wetenschappelijke kennis is ook een empirische onderbouwing of een theoretische onderbouwing . Een werkwijze aanpassen aan de doelgroep of lokale context kan alleen wanneer een duidelijke onderbouwing beschikbaar is. Goed gebruik van kennis uit de wetenschap vraagt om een lerende omgeving waarin we blijven onderbouwen, evalueren en ontwikkelen. Dat noemen we evidence based werken.

Versnellen – Wat verstaan we onder… conceptuele groei en conceptuele verandering?

Leerlingen komen naar school met kennis die gebaseerd is op hun dagelijkse ervaringen, sociale interacties, intuïties en wat hen geleerd is in andere situaties en in het verleden. Deze voorkennis beïnvloedt hoe zij nieuwe kennis zullen opnemen, omdat wat leerlingen al weten interacteert met de nieuwe leerstof. Het leren bestaat dus uit het toevoegen van nieuwe kennis aan bestaande kennis van de leerling, ook wel conceptuele groei genoemd, of uit het wijzigen of herzien van kennis van de leerling, dit wordt conceptuele verandering genoemd.
Leren als conceptuele groei vindt plaats wanneer de kennis van leerlingen samenhangt met hetgeen geleerd wordt. Conceptuele verandering is nodig wanneer de kennis van de leerling niet samenhangt met de juiste informatie. In deze gevallen bestaat de kennis van leerlingen uit ”misconcepties” of ”alternatieve opvattingen”.

Versnellen – Wat verstaan we onder… beheersingsdoelen?

Doelen vormen de reden voor leerlingen om bepaalde leeractiviteiten te ondernemen. Ze kunnen ernaar streven competentie en expertise te ontwikkelen door zoveel mogelijk te leren: dat noemen we beheersingsdoelen, of ze kunnen ernaar streven hun competentie of expertise te tonen door te proberen anderen te overtreffen: dat noemen we prestatiedoelen.

Beheersingsdoelen zijn dus gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden of het verbeteren van competentie of expertise. Leerlingen die werken vanuit beheersingsdoelen zijn over het algemeen gemotiveerd om nieuwe vaardigheden te leren of om beheersing te bereiken in een vakgebied of taak.