Wat verstaan we onder… rubric?

Een rubric is een instrument waarmee voor de leraar en leerlingen zichtbaar gemaakt wordt waaraan een leerproduct moet voldoen. Elke rubric kent twee dimensies en wordt vaak vormgegeven in een matrix. Verticaal staan vaak de concrete criteria benoemd, bijvoorbeeld: de tekst is voor zien van een inleiding of op het voorblad staat een afbeelding die betrekking heeft op de inhoud van het product. Horizontaal staat dan vaak aangegeven in hoeverre dit criterium ook door de leerling is behaald. Dat kan variëren tussen ‘voldaan en niet voldaan’ tot getallen van bijvoorbeeld 0 tot 6 waarbij per getal duidelijk is vastgelegd wat er dan tenminste zichtbaar moet worden. De 0 verwijs in dit geval naar ‘niet aanwezig’.

Wat verstaan we onder… pedagogische sensitiviteit?

Met pedagogische sensitiviteit bedoelen we dat je opmerkt, aanvoelt en begrijpt wat er in een situatie of bij een kind nodig is. Je hebt oog voor de ander, en voor signalen, ook de kleine en minder opvallende. Je geeft daar de juiste betekenis aan en reageert er op een goede manier op, ook in de ogen van de ander.

Door deze manier van reageren draag je bij aan een goede relatie, want de ander voelt zich gehoord en gezien. Tenslotte richt je je bij pedagogische sensitiviteit bewust op de goede momenten en sterke kanten van een kind.

Wat verstaan we onder… zwaarbelaste groep?

Er is sprake van een zwaarbelaste groep als er bijvoorbeeld veel leerlingen in een groep zitten die op een of meerdere ontwikkelingsgebieden veel intensieve ondersteuning nodig hebben. Maar zwaarbelast kan ook verwijzen naar de pedagogische samenstelling van de groep waarin de interactie tussen leerlingen onderling een zeer groot beroep doet op het pedagogische en/of organisatorische vermogen van de leraar.

Door deze zware belasting heeft de leraar dan minder kansen en gelegenheid om leerlingen individueel meer aandacht te geven. Daarbij ontstaat er een dilemma met betrekking tussen dat wat maximaal wenselijk is voor een leerling en dat wat maximaal haalbaar is in de gegeven context.

Wat verstaan we onder… zone van naastgelegen ontwikkeling?

De term Zone van naastgelegen ontwikkeling is afkomstig van Vygostki. Vygotski bedoelde daarmee taken waarvoor een leerling net een beetje op zijn tenen moet lopen maar die de leerling dankzij goede instructie en begeleiding tijdens het uitvoeren van de taak grotendeels zelfstandig kan verrichten. Om een taak aan te kunnen bieden in die zone van naastgelegen ontwikkeling moet een leraar dus heel goed zicht hebben op de beginsituatie van de leerling. Wat weet en kan de leerling al, welke kennis is nog niet aanwezig en welke vaardigheden moet de leerling gaan ontwikkeling. Het gat tussen wat de leerling al weet en kan en wat nieuwe informatie en nieuwe vaardigheden betreft is de omvang van de leerstap die de leerling moet gaan zetten. Hoe groter dat gat, hoe groter de leerstap, hoe kleiner het gat, hoe kleiner de leerstap.

Van leerlingen met kenmerken van begaafdheid weten we dat ze in het domein waarin ze het grootste ontwikkelingspotentieel hebben, ze ook de grootste leerstappen kunnen zetten. Maar dat betekent niet dat ze dat dus kunnen zonder een goede instructie en begeleiding. Het betekent ook niet dat ze automatisch in elk vak even grote leerstappen kunnen zetten. Het kan dus best zo zijn dat een leerling in het domein taal/lezen verhoudingsgewijs grotere leerstappen zou kunnen zetten dan in het domein rekenen. Uiteraard kan het omgekeerde ook het geval zijn en zijn er ook leerlingen die in alle vakken heel grote leerstappen kunnen zetten. Als de leerstappen te klein zijn, dan ervaren we veelal dat een leerling ‘erg gemakkelijk’ leert. Het gaat de leerling vaak goed af, met weinig fouten waardoor de leerling een gebrek aan uitdaging kan ervaren.