Attitudevorming is het proces waarbij iemand een houding, mening of manier van denken ontwikkelt ten opzichte van personen, situaties, ideeën of onderwerpen. Attitudes beïnvloeden hoe iemand reageert, keuzes maakt en gedrag vertoont. Ze ontstaan door persoonlijke ervaringen, observaties, opvoeding, onderwijs, sociale invloeden en media. Bijvoorbeeld, door positieve ervaringen met samenwerken kan iemand een constructieve houding tegenover teamwerk ontwikkelen. Attitudevorming kan zowel bewust als onbewust plaatsvinden en is vaak een combinatie van cognitieve componenten (wat je denkt), affectieve componenten (wat je voelt) en gedragscomponenten (hoe je handelt).
Wat verstaan we onder… asynchrone ontwikkeling?
Asynchrone ontwikkeling bij begaafde kinderen betekent dat verschillende ontwikkelingsgebieden zich in een verschillend tempo ontwikkelen. Een kind kan bijvoorbeeld cognitief veel verder gevorderd zijn dan leeftijdsgenoten, terwijl zijn sociaal-emotionele of fysieke ontwikkeling nog aansluit bij zijn werkelijke leeftijd. Dit kan leiden tot situaties waarin een kind complexe wiskundige of taalvaardigheden beheerst, maar emotioneel nog gevoelig of afhankelijk is. Ook motorische vaardigheden kunnen achterblijven bij het intellectuele niveau. Asynchrone ontwikkeling vraagt om begrip en aangepaste begeleiding, zodat het kind in alle ontwikkelingsgebieden de juiste ondersteuning krijgt en zijn potentieel op een gezonde manier kan benutten.
Wat verstaan we onder… analogieën?
Analogieën zijn vergelijkingen tussen twee schijnbaar verschillende zaken die bepaalde overeenkomsten vertonen. Je kunt ze gebruiken om complexe concepten beter te begrijpen, nieuwe ideeën te genereren en creatieve oplossingen te vinden. Door verbanden te leggen tussen verschillende domeinen, kun je bekende oplossingen of structuren toepassen op onbekende problemen. Bijvoorbeeld: het brein wordt vaak vergeleken met een computer om de werking van neuronen en informatieverwerking uit te leggen. Analogieën fungeren zo als bruggen tussen het bekende en het onbekende, waardoor nieuwe inzichten en innovatieve ideeën ontstaan.
Wat verstaan we onder… ambidextrie?
In het kader van leiderschap in het onderwijs verwijst ambidextrie naar het vermogen van schoolleiders om twee schijnbaar tegengestelde taken of strategieën tegelijkertijd effectief te managen. Dit betekent dat een leider zowel kan zorgen voor continuïteit en stabiliteit in de dagelijkse schoolvoering (exploitatie) als voor innovatie, verandering en vernieuwing (exploratie) om de school verder te ontwikkelen. Ambidextere leiders zijn flexibel, kunnen schakelen tussen routine en vernieuwing, en weten balans te vinden tussen korte- en langetermijndoelen. Dit is cruciaal om een school duurzaam te laten groeien en tegelijk in te spelen op veranderende onderwijsbehoeften
Wat verstaan we onder… ambigue figuur?
Een ambigue figuur is een afbeelding die op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden, waardoor het brein soms twee verschillende beelden tegelijk ziet. Het begrip “ambigue” betekent letterlijk dubbelzinnig. Deze figuren bevatten visuele elementen die meer dan één betekenis kunnen hebben en de waarneming kan wisselen tussen de mogelijke interpretaties. Ambigue figuren worden vaak gebruikt in psychologie en kunst om waarneming, aandacht en cognitieve processen te bestuderen. Voorbeelden zijn de Necker-kubus, het klassieke jonge/oude vrouw-illusie en de konijn/duif-illusie. Ze laten zien dat waarneming subjectief is en dat het brein actief interpreteert wat het ziet.
Wat verstaan we onder… analytisch leren?
Een analytische aanpak is een manier van leren waarbij leerlingen informatie en problemen systematisch en stapsgewijs onderzoeken. In plaats van alles tegelijk te bekijken, verdelen zij complexe onderwerpen in kleinere onderdelen en bestuderen deze afzonderlijk om inzicht te krijgen. De nadruk ligt op redeneren, logica en het begrijpen van oorzaak-gevolgrelaties. Leerlingen ordenen en analyseren informatie kritisch, zodat ze diepgaand begrip ontwikkelen. De leraar ondersteunt het proces door uitleg, voorbeelden en analysetools te bieden. Door deze gestructureerde en doordachte aanpak leren leerlingen niet alleen feiten, maar ook hoe ze problemen logisch kunnen oplossen en verbanden kunnen zien.
Wat verstaan we onder… activatieniveau?
Psychologen verstaan onder activatieniveau de mate van alertheid, opwinding of fysiologische en mentale paraatheid van een persoon. Het beïnvloedt hoe goed je je aandacht kunt richten, informatie verwerken en reageren op prikkels. Een te laag activatieniveau kan leiden tot slaperigheid, desinteresse of passiviteit, terwijl een te hoog activatieniveau kan zorgen voor spanning, stress of overprikkeling. Het optimale activatieniveau verschilt per persoon en taak: voor complexe taken is vaak een gematigd niveau effectief, terwijl voor eenvoudige, routineuze taken een hoger activatieniveau kan helpen om gemotiveerd en alert te blijven.
Slimme meisjes – PISA
PISA is de afkorting voor Programme for International Student Assessment. Het is een internationaal vergelijkend onderzoek dat de vaardigheden en kennis in natuurwetenschappen, lezen en wiskunde van 15-jarigen test. Ongeveer 95 landen doen mee met PISA-2025. Het onderzoek staat onder toezicht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de OESO.
In een internationaal vergelijkend rapport worden onderwijssystemen en prestaties van landen met elkaar vergeleken. Deze informatie is waardevol voor het verklaren van verschillen in prestaties tussen groepen leerlingen en/of landen. Op deze manier kan men leren van elkaars sterke en zwakke punten. Elke drie jaar worden de kennis en vaardigheden van leerlingen getoetst.
Slimme meisjes – Conventies
Met conventies bedoelen we in deze context een algemeen aanvaarde gewoonte of manier van doen. Deze conventies bepalen vaak hoe mensen zich horen te gedragen in bepaalde situaties. Je kunt daarbij denken aan bepaalde gewoonten in het sociale verkeer. In Nederland is het bijvoorbeeld een algemene gewoonte dat je iemand een hand geeft als je je voorstelt. In de schoolsituatie zijn er ook allerlei uitgesproken en onuitgesproken gewoontes die binnen een bepaalde groep gelden.
Slimme meisjes – Attributies
Het woord attributies wordt gebruikt om te omschrijven waar iemand een oorzaak voor gedrag of een gebeurtenis aan toeschrijft. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen extern attribueren en intern attribueren. Extern attribueren betekent de oorzaak buiten jezelf leggen. Intern attribueren betekent de oorzaak binnen jezelf zoeken.
Stel je voor dat een kind in het gangpad in de klas valt over de tas van een ander kind. Het kind dat valt kan dan zeggen “Dat komt omdat de tas van Jantje in de weg lag. Jantje had zijn tas moeten opruimen aan de kapstok.” In dit voorbeeld is er sprake van externe attributie. Als dit zelfde kind zegt over de aanleiding van de valpartij: “Oh, ik keek even niet goed uit”, dan is er sprake van intern attribueren.











