De variawet zorgt er voor dat het mogelijk is meer maatwerk in onderwijstijd te bieden aan leerlingen die tijdelijk geen, of niet volledig, onderwijs kunnen volgen vanwege een lichamelijke of psychische beperking. De school kan dan een op maat gemaakt programma aanbieden door af te wijken van het minimaal aantal uren onderwijstijd.
Je kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan deeltijdonderwijs. De school blijft verantwoordelijk voor het onderwijs en ontwikkelprogramma, dient dat ook vast te leggen in een ontwikkelingsperspectief plan (OPP) en biedt dat in overleg met de ouders of verzorgers aan. Voor het aangepaste programma is toestemming nodig van de inspectie.
Nederland kent verschillende preventieve en curatieve vormen van ondersteuning en hulp om te zorgen dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien.
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) helpt ouders en opvoeders bij het gezond laten opgroeien van hun kinderen. Je kunt er terecht bijvoorbeeld voor gratis advies, voorlichting en ondersteuning. Ook verzorgen ze de vaccinaties en volgen de ontwikkeling, onder andere via het consultatiebureau en later via het onderwijs. Bij de JGZ werken jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen. De JGZ richt zich dus op preventieve zorg.
De JGZ maakt vaak deel uit van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Dit centrum biedt ondersteuning en jeugdhulp en is er voor alle kinderen, jongeren, opvoeders – zowel professioneel als bijvoorbeeld ouders en grootouders en anderen die met kinderen of hun opvoeders werken. Bij het CJG vind je verschillende professionals, waaronder ook maatschappelijk werkers en pedagogen. Je kunt er terecht voor advies, cursussen en kortdurende begeleiding.
Soms is dat niet voldoende en komt de jeugdzorg of jeugdhulp in beeld. Er is dan sprake van specialistische hulp bij opgroeien en opvoeden. De gemeente is verantwoordelijk voor de inkoop van de jeugdzorg. De gemeente maakt daarbij gebruik van verschillende aanbieders, zoals bijvoorbeeld psychologen, orthopedagogen, ambulant gezinshulpverleners, pedagogen enzovoort. Als er medische noodzaak is zal ook een huisarts of kinderarts in beeld komen.
Met ‘Niet-weten-vaardigheden’ doelen we op vaardigheden die je kunt gebruiken in gesprekken. Je stelt vragen waardoor de ander zelf tot een oplossing kan komen. We zijn snel geneigd om oordelen en adviezen te geven. Maar door een houding aan te nemen van ‘niet-weten’ en vragen te stellen, help je het perspectief van de ander duidelijk te krijgen.
Andere technieken die je kunt gebruiken zijn bijvoorbeeld de wondervraag, schaalvraag en uitzonderingsvraag. Bij de wondervraag vraag je de ander te beschrijven hoe de situatie er uit zou zien als er een wonder heeft plaatsgevonden waardoor het probleem is opgelost.
Bij de schaalvraag kan de ander aangeven waar hij zit op een schaal van 0 tot 10 waarbij 10 de ideale situatie is. Wat is er nodig om een of twee stapjes op te schuiven richting die 10?
Tenslotte de uitzonderingsvraag. Daarbij vraag je naar momenten waarop het probleem zich niet of minder voordoet, waardoor je inzicht krijgt in wat werkt in zo’n situatie.
Met pedagogische sensitiviteit bedoelen we dat je opmerkt, aanvoelt en begrijpt wat er in een situatie of bij een kind nodig is. Je hebt oog voor de ander, en voor signalen, ook de kleine en minder opvallende. Je geeft daar de juiste betekenis aan en reageert er op een goede manier op, ook in de ogen van de ander.
Door deze manier van reageren draag je bij aan een goede relatie, want de ander voelt zich gehoord en gezien. Tenslotte richt je je bij pedagogische sensitiviteit bewust op de goede momenten en sterke kanten van een kind.
Risicovol spelen is een vorm van spelen waarbij kinderen activiteiten aangaan die hun uitdagen en avontuurlijk zijn. Meestal buiten, maar bijvoorbeeld in een speellokaal zou dat ook kunnen. Kinderen maken daarbij zelf de keuze of ze bepaalde risico’s willen aangaan, bijvoorbeeld door over een boom over een sloot te lopen. Het is iets dat de meeste kinderen van nature doen, waarbij ze leren omgaan met uitdagingen, spanning, en grenzen.
Het ‘Van Wiechenschema’, zoals het in de volksmond wordt genoemd, is het instrument dat gebruikt wordt op het consultatiebureau om de ontwikkeling van het kind systematisch in kaart te brengen. In totaal worden er 75 ontwikkelingskenmerken beoordeeld op het gebied van bijvoorbeeld motoriek, persoonlijkheid, communicatie en sociaal gedrag.
Oorspronkelijk was het doel om ontwikkelingsstoornissen op tijd in beeld te krijgen. Inmiddels is het doel vooral een goede begeleiding van ouders bij de ontwikkeling van hun kind.
In Nederland mag je als ouder zelf kiezen naar welke school je kind gaat. Dit is dus niet bepaald door locatie, wijk of dorp. Er zijn in Nederland openbare, bijzondere en particuliere scholen.
Bijzondere scholen geven les vanuit een godsdienst, een levensovertuiging of een visie op het onderwijs. Dan kun je denken aan bijvoorbeeld Christelijke of Islamitische scholen. Ook kennen we de “algemeen bijzondere” scholen. Deze scholen geven les vanuit een visie op onderwijs, zoals bijvoorbeeld Montessori, Jenaplan of Daltonscholen.
De openbare en bijzondere scholen worden gefinancierd door de overheid. De scholen moeten aan verschillende eisen voldoen, zoals een minimaal aantal leerlingen, bevoegde leraren, voldoende uren onderwijs en onderwijskwaliteit. Particuliere scholen worden niet gefinancierd door de overheid en vragen over het algemeen een bijdrage van ouders om het onderwijs te bekostigen. Ook particuliere scholen moeten aan eisen m.b.t kwaliteit voldoen.
Onder leergedragondersteunende strategieën verstaan we alle leer- en studievaardigheden die leerlingen nodig hebben om aan een taak te kunnen beginnen en deze tot een goed einde te kunnen brengen. Hieronder kun je de zogenoemde executieve vaardigheden verstaan (denk aan taakinitiatie, doelgericht gedrag en volgehouden aandacht en ook het vermogen om je denken en handelen te organiseren), maar ook het op een handige manier kunnen of overleggen met andere leerlingen, op een passend moment en op een passende wijze om hulp vragen.
Onderleren en onderpresteren hebben met elkaar te maken, maar zijn wel twee verschillende dingen.
Onder onderpresteren verstaan we minder presteren dan je op grond van een vermeend ontwikkelingspotentieel zou kunnen, waarbij een deel van deze leerlingen ook beneden het groepsgemiddelde presteert.
Onder onderleren verstaan we leerlingen die minder leren dan dat ze op grond van hun ontwikkelingspotentieel zouden kunnen. Er zijn leerlingen die ten opzichte van de gemiddelde leerlingen of de andere academisch sterke leerlingen nog steeds goed presteren, maar eigenlijk nauwelijks leren. Dat zijn de leerlingen die veelal hoog scoren en foutloos werken. Leerlingen die onderleren ervaren dat de context waarin zij op school functioneren onvoldoende een beroep doet op hun eigen capaciteiten en benoemen deze mismatch vaak als ze daarover in een veilige situatie in gesprek kunnen gaan.
Onder heterogeen verstaan we de onderlinge verschillen tussen individuen. Bij een heterogene groep of een heterogene setting gaat het er dus om dat de leerlingen die hierin functioneren sterk van elkaar kunnen verschillen. Die verschillen kunnen zowel het didactisch niveau als hun leervaardigheid betreffen.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.