Dubbelbijzonder – Kwalitatieve (multiple) casestudies

Een casestudy is een gevalsstudie van – in deze context – een leerling. Een casestudy is veelal gericht op een brede probleemstelling/onderzoeksvraag. In een casestudy worden verschillende onderzoeksmethoden gebruikt, bijvoorbeeld een observatie, een interview, didactische resultaten.

De stappen van de casestudy worden veelal parallel uitgevoerd. Tijdens het onderzoek kan nieuwe informatie leiden tot nieuwe inzichten waardoor eerdere onderzoeksstappen herhaald worden. De aanpak geeft de onderzoeker vaak diepere inzichten.

Bij een multiple casestudy worden meerdere cases vanuit eenzelfde probleemstelling verkend en wordt gekeken of er overeenkomsten zijn en zo ja welke, of dat er juist verschillen waarneembaar zijn.

Dubbelbijzonder – Clustermodellen

De term clustermodellen verwijst naar een aanpak waarbinnen leerlingen in groepjes gecombineerd worden en deze groepjes samengesteld worden op basis van overeenkomstige educatieve behoeften.

Daarbij kun je denken aan de indeling in niveaugroepen voor bijvoorbeeld het technisch lezen of rekenen. Maar er kunnen net zo goed groepjes samengesteld worden op basis van bepaalde aanwezige of juist niet aanwezige leer- en studievaardigheden.

Dubbelbijzonder – Asynchrone ontwikkeling

Een asynchrone ontwikkeling is een situatie waarin een kind zich cognitief veel sneller ontwikkelt dan bijvoorbeeld motorisch of sociaal-emotioneel. Dat hoeft op zich nog niet zo’n probleem te zijn, mits de omgeving het kind dan wel op de beide domeinen aanspreekt op een wijze die past bij het ontwikkelingstempo in dat specifieke domein.

Het wordt wel een probleem als de omgeving er geen rekening mee houdt dat er verschillen in ontwikkelingstempo kunnen zijn tussen die verschillende domeinen bij een kind. Daardoor kan het voorkomen dat we van de leerling bijvoorbeeld op motorisch gebied net zulke hoge verwachtingen hebben als op cognitief gebied. Als de leerling die verwachting niet kan waarmaken, dan hebben we de leerling in feite overvraagd en kan dit leiden tot teleurstelling voor alle partijen.

Dubbelbijzonder – Zelfconcept

Bij zelfconcept gaat het om overtuigingen over wie je bent en wat je kunt, die je in je leven ontwikkelt en die je min of meer als vaststaand ervaart. Die overtuigingen bouw je op uit eerdere ervaringen.

Als je ervaart dat je bij het maken van taken op school nooit fouten maakt, dan zul je na verloop van tijd jezelf als iemand gaan beschouwen die nooit fouten maakt. Als je je dan een keer geconfronteerd ziet met een taak die je niet meteen kunt oplossen, dan kan dat tot verwarring leiden, want ‘je kunt toch altijd alle dingen zonder fouten’. Op zo’n moment kan je zelfconcept onder spanning komen te staan.

Kansengelijkheid – Wat is nodig voor beter cultureel-sensitief reageren?

Onder kinderen van allochtone komaf wordt hoogbegaafdheid minder snel vastgesteld dan bij autochtone kinderen. Wat kunnen we doen om dat te veranderen? Gemiddelde kinderen bestaan niet, maar we zijn biologisch geprogrammeerd om kinderen in hokjes te plaatsen. Wat kun je doen om beter cultureel-sensitief te reageren?

Martin van Rooij interviewt in deze video Sima de Bruyn-Daoud (Directeur Stichting iQ+) over het thema Kansengelijkheid.

Kansengelijkheid – Maatwerk moet mogelijk zijn

Welk onderwijsbod kun je bieden aan dubbel-bijzondere kinderen? Wat goed is voor de een, is ook goed voor de ander. Wat kun je doen aan maatwerk? Wat doe op scholen met nieuwkomers?

Martin van Rooij interviewt in deze video Joost van Caam (directeur-bestuurder SWV-PO, Amsterdam Diemen) over het thema Kansengelijkheid.

Kansengelijkheid – Kansengelijkheid en inclusie

Vergroot je de kansenongelijkheid als je focust op hoogbegaafdheid? Wat is het effect van voltijds HB-klassen? Vergroot je dan de segregatie? Kun je begaafdheidsonderwijs in een reguliere context verzorgen, dus in een voltijds aanbod in een brede context?

Martin van Rooij interviewt in deze video Joost van Caam (directeur-bestuurder SWV-PO, Amsterdam Diemen) over het thema Kansengelijkheid.