Wat verstaan we onder… regulatievaardigheden?

Regulatievaardigheden zijn vaardigheden waarmee je je gedachten, emoties en gedrag kunt sturen en aanpassen aan een situatie of doel. Voorbeelden van regulatievaardigheden zijn:

  • Emotieregulatie: kalm blijven wanneer je boos of verdrietig bent.
  • Aandachtsregulatie: je concentreren ondanks afleidingen.
  • Stressregulatie: omgaan met spanning door bijvoorbeeld ontspanningstechnieken te gebruiken.

Als een leerling bijvoorbeeld een slecht cijfer krijgt, kan diegene met goede regulatievaardigheden de teleurstelling verwerken, bedenken wat beter kan en een plan maken voor de volgende toets, in plaats van direct op te geven.

Wat verstaan we onder… fixed en growth mindset?

Een fixed mindset (vaste mindset) is het idee dat je eigenschappen, intelligentie en talenten grotendeels vaststaan en niet veel kunnen veranderen. Het begrip komt van de psycholoog Carol Dweck. Mensen met een fixed mindset denken bijvoorbeeld:
“Ik ben nu eenmaal niet goed in wiskunde.”
“Als ik ergens moeite voor moet doen, betekent dat dat ik er geen talent voor heb.”
“Fouten maken laat zien dat ik niet slim genoeg ben.”

Het tegenovergestelde is een growth mindset (groeimindset): het geloof dat vaardigheden en intelligentie zich kunnen ontwikkelen door oefening, strategieën en doorzettingsvermogen. De meeste mensen hebben overigens niet altijd alleen een fixed of alleen een growth mindset; vaak verschilt het per situatie of onderwerp.

Wat verstaan we onder… deprivatie?

Deprivatie betekent letterlijk het ontbreken van of tekort aan iets belangrijks. We spreken ook over deprivatie als een leerling langere tijd geen passend aanbod krijgt op school.

Wat verstaan we onder… curatieve en preventieve aanpak?

Een curatieve aanpak richt zich op het genezen of behandelen van problemen die er al zijn. Het doel is het verhelpen van het probleem of de klacht. Bij een preventieve aanpak probeer je te voorkomen dat klachten, knelpunten of problemen ontstaan, door al in een vroeg stadium te zorgen voor een optimale omgeving en begeleiding.

Wat verstaan we onder… autonomie?

Autonomie is het gevoel dat je zelf keuzes kunt maken en invloed hebt op wat je doet. In het onderwijs betekent dit dat leerlingen ervaren dat ze mee mogen denken in hun leerproces. Ze voelen zich niet alleen uitvoerder van taken, maar worden serieus genomen in hun ideeën, aanpak en leerstijl. Autonomie is een van de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie, naast competentie en relatie. Wanneer aan deze drie behoeften wordt voldaan, neemt de motivatie van leerlingen toe. Autonomie betekent volgens deze theorie dus niet dat je helemaal vrij bent om te doen en te laten wat je wilt.

Wat verstaan we onder… taakinitiatie?

Taakinitiatie is het vermogen van een leerling om zelfstandig te beginnen aan een taak of opdracht, zonder dat daar steeds aan herinnerd of aangestuurd moet worden. Het gaat om de eerste stap zetten: weten wat er gedaan moet worden, de taak starten en de benodigde handelingen uitvoeren. Taakinitiatie is een belangrijke executieve functie, omdat het invloed heeft op productiviteit, zelfstandigheid en het leren van de leerling. Problemen met taakinitiatie kunnen leiden tot uitstelgedrag, passiviteit of afhankelijkheid van de leerkracht voor aansturing.

Wat verstaan we onder… standaardisatie?

Standaardisatie is het proces waarbij uniforme procedures, criteria en omstandigheden worden vastgesteld om metingen of beoordelingen betrouwbaar en objectief te maken. In het onderwijs zorgt standaardisatie ervoor dat alle leerlingen dezelfde opdrachten en instructies krijgen, zodat resultaten eerlijk en vergelijkbaar zijn. Het vermindert subjectieve beïnvloeding door beoordelaars en maakt het mogelijk prestaties tussen leerlingen, groepen of scholen te vergelijken. Voorbeelden zijn gestandaardiseerde toetsen, vaste scoringssystemen en observatieprotocollen. Het belangrijkste doel is het verkrijgen van betrouwbare en reproduceerbare gegevens, waarmee beslissingen over voortgang, beleid of ondersteuning op een objectieve en onderbouwde manier kunnen worden genomen.

Wat verstaan we onder… multidimensionaal?

Wanneer men zegt “hoogbegaafdheid is een multidimensionaal begrip”, bedoelt men dat hoogbegaafdheid niet uit één enkele eigenschap bestaat (zoals een hoog IQ), maar uit meerdere dimensies of factoren die samen een breder beeld vormen. Traditioneel werd hoogbegaafdheid vaak gelijkgesteld aan een hoge IQ-score (meestal IQ hoger 130). Tegenwoordig zien onderzoekers en pedagogen dit als te beperkt. Hoogbegaafdheid omvat meer dan alleen cognitieve intelligentie. Voorbeelden van dimensies zijn: Cognitief / intellectueel, Creativiteit, Motivatie / doorzettingsvermogen, Sociaal-emotioneel, Culturele / omgevingsfactoren.

Wat verstaan we onder… metacognitief gedrag?

Metacognitief gedrag is het vermogen om bewust na te denken over je eigen denk- en leerprocessen en deze actief te sturen. Het omvat het plannen van hoe je een taak aanpakt, het monitoren tijdens het uitvoeren van de taak om te controleren of de gekozen strategie effectief is en het evalueren achteraf om te beoordelen wat goed ging en wat verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld kan een leerling merken dat een bepaalde studieaanpak niet werkt en besluiten een andere strategie te gebruiken om een opdracht beter te begrijpen. Metacognitief gedrag helpt zo om leren efficiënter en effectiever te maken.